Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

The Unsleep

Niet al het nachtwerk wordt echter door robots verricht. In The Unsleep vertelt Danilo Correale een verhaal dat zich in het grijze gebied tussen sciencefiction en werkelijkheid bevindt. In een serie interviews met telecommunicatiemedewerkers in de outsourcing dienstensector, onderzoekt Correale de relatie tussen slapen en wakker zijn als vormen van productie en consumptie, waarbij een nieuw chrono-imperialistisch domein aan het licht komt. In 24/7: Late Capitalism and the Ends of Sleep schrijft Crary dat de kapitalistische markten elk uur van de dag actief zijn. Deze onophoudelijke activiteit heeft een schadelijke uitwerking op vormen van sociale en politieke expressie. Volgens Crary is slapen daarom een vorm van verzet tegen het kapitalisme geworden.

The Dark Days 

Terwijl sommige plekken veranderen door de voortdurende aanwezigheid van licht, ontvouwt het leven zich op andere delen van de aarde zich juist rondom de afwezigheid van licht, met regelmatige stroomstoringen en verduistering. Saidiya Hartman’s The Dark Days beschouwt duisternis als een toestand die ongelijk verdeeld en ontworpen is. Hartman vertelt over haar ervaringen in Accra, Ghana, tijdens een energiecrisis die rantsoeneringsbeleid tot gevolg had. Inwoners van de stad – of tenminste in delen van de stad – moesten drieënhalve dag per week zonder elektriciteit leven en verlichting was alleen mogelijk voor huishoudens met een eigen stroomgenerator.

Terwijl geprivilegieerde delen van de stad steeds meer verlicht werden, bleven hele buurten stikdonker.

Een duisternis zo donker als we bijna niet meer kennen in hedendaagse steden. Terwijl ze haar weg vond in de stroomloze straten van Accra, begon Hartman zich af te vragen of het gelijkstellen van donkerte, en het onvermogen om te zien, aan onwetendheid – een veelvoorkomend idee in de Westerse filosofie – wel een geldige vergelijking is. In haar essay The Dark Days laat Hartman juist zien hoe de onwetendheid van het Westen systematisch geprojecteerd wordt op Africa, een continent dat vaak bijnamen kreeg als ‘the heart of darkness, the dark continent, the blighted territory’ (‘hart der duisternis, het donkere continent, landen vol ellende’).

Blackness, at the Limits of Nothingness

Wat als duisternis beschouwd wordt als de potentie tot schepping en zelfverwezenlijking – een idee geleend van Denise de Ferreira – in plaats van als leegte of afwezigheid? Een ‘eerste creatieve daad’ in het voortdurende proces om je eigen werkelijkheid creëren. Dat is wat Darkness, as a First Act of Creation, een stuk van academicus Ramon Amaro, voorstelt. In plaats van duisternis te verstaan als het ontbreken van verlichting of de afwezigheid van licht, heeft Amaro het over een nabeeld – een beeld dat we blijven waarnemen nadat de oorspronkelijke prikkel plaatsgevonden heeft. Meestal worden nabeelden beschouwd als optische illusies, maar Amaro beargumenteert dat ze ons wijzen op de mogelijkheid dat wat we op dit moment waarnemen niet klopt met wat er daadwerkelijk is. ‘Het zijn fragmenten van het verleden die zich in onze huidige visie voordoen als misleidende en onjuiste voorstellingen van de werkelijkheid’, schrijft Amaro. Door genetisch geheugen te bevragen, problematiseert hij in feite het zwarte lichaam als technologie.

Provocations on Shadow Play

In diezelfde lijn, schrijft Momtaza Mehri dat duisternis of donkerte een misplaatste component is: ‘een van de vele, uiteenlopende verzamelingen van ideeën die deel uitmaken van wat we beschrijven als, en toeschrijven aan, Blackness'. Refererend aan Ferreira da Silva, benadert Mehri het immateriële, het vergankelijke en het fundamentele door een ‘Blacklight’ (zwartlicht) of ‘Blackened gaze’ (zwarte blik) – een blik die synchroon is met de modaliteiten van zwarte expressie, politieke subjectiviteit en dagelijkse zelfbeschikking. Donkerte, stelt Mehri, overschaduwt en overweldigt de mogelijkheid om vertegenwoordigd te worden. Toch is in een wereld waar donkerte zo vaak gecriminaliseerd wordt, zichtbaarheid geen garantie dat de machtsverhoudingen zullen verschuiven.

Ondoorgrondelijk en onzichtbaar zijn, creëert de mogelijkheid om grensoverschrijdend te zijn en biedt meer vrijheid.

In het donker zijn is niet per se hetzelfde als onzichtbaar of vergeten zijn. Het is opereren op een andere frequentie.

The Overview Effect

Van lichtvervuiling en uitbuitende arbeidskomstandigheden tot systematisch geweld en discriminatie aan de basis van het onze laatkapitalistische maatschappij, de verschillende bijdrages stellen de symbolische waarde van duisternis en donkerte ter discussie in het bewustzijn rondom racisme, sociaalpolitieke verhoudingen en milieuvraagstukken. De vorming van ons milieubewustzijn wordt meestal gesitueerd in de late 60er en 70er jaren, nadat beelden van de aarde vanuit de ruimte wereldwijd verspreid werden.

Kerstmis 1968, sturen de Apollo 8 astronauten – die zich ergens tussen de maan en de aarde bevinden – een bericht naar de aarde. Hun enthousiasme over de schoonheid van wat ze zagen werd direct gevolgd door Christelijke verzen over de genesis van de aarde. Het Apollo 8 team verzekerde hun publiek ervan dat God hemel en aarde schiep: ‘De aarde was zonder vorm en ledig; en duisternis was op den afgrond’, legde ze uit. ‘Toen bracht God het licht, en hij zag het licht en dat het goed was, toen scheidde hij het licht van de duisternis.’

Het zogeheten Overview Effect is een ervaring die ontstaat bij het zien van de aarde vanuit de ruimte – een kleine ‘blauwe knikker’ omgeven door duisternis.

Voor vele astronauten heeft deze ervaring verregaande gevolgen voor hun gedrag en visie op het leven, en ontketent het een transformatie in hun bewustzijn. Veelal gaan deze ervaringen over hoe we ons verbinden en verhouden tot het grotere systeem van het universum.

Ecologisch bewustzijn, niet religieuze passie, werd aangewakkerd bij voormalig astronaut Wubbo Ockels bij het zien van de aarde. De woorden die hij aan het einde van zijn leven sprak, resoneren nog steeds vandaag. Het is een pleidooi om de aarde te koesteren en te beschermen. ‘In de ruimte zie je dat je de enige bent. De enige planeet’, zegt hij. ‘Wij, wij de mensen komen allemaal uit dezelfde moleculen van één enorm krachtige ster die is ontploft. […] Het leven, dat zijn wij. Wij, de mensheid, zijn zo sterk dat we de Aarde kunnen redden. Maar we kunnen haar ook vernietigen.’

The Enigma of Vast Multiplicity

1968 was ook het jaar dat architect Aldo van Eyck The Enigma of Vast Multiplicity ontwierp. Als Nederlandse inzending voor de Triennale di Milano, presenteerde Van Eyck in deze tentoonstelling een verontrustende visie op de ondergang van de Westerse welvaartsmaatschappij. Bezoekers moesten een weg banen door een bos van boomstammen om vervolgens een ruimte vol gebroken spiegels te betreden. Uit speakers klonk gelach.

Enorme foto’s beeldden af hoe de Westerse beschaving, in tegenstelling tot de meeste traditionele culturen, niet in staat is om het probleem van ‘Het Grote Aantal’ op te lossen – een referentie aan overbevolking.

‘Rouw voor alle vlinders’ kondigde een tekst op de muur aan. In de laatste ruimte was een installatie die wel een boodschap van hoop bracht: enorme meervoudigheid hoeft niet tot catastrofe te leiden. Dit bericht heeft de bezoekers helaas nooit bereikt. Te midden van de studentenprotesten in 1968 werd de Triennale bezet en Van Eyck’s tentoonstelling is nooit geopend voor publiek.

Mobilis in Mobile: How Can We Act in the Anthropocene?

Opgeleid met ideeën als ‘het evenwicht van de natuur’ en het pleidooi dat de mensheid een paar stappen terug moet doen om de natuur te redden, reflecteert ook Dirk Sijmons op de gevolgen van menselijk handelen op de aarde. Sijmons benadert discussies rondom de klimaatcrisis en milieuschade kritisch. ‘We weten nu dat we nooit terug kunnen naar het kalme en stabiele Holoceen’, legt hij uit. Zijn essays gaan in op verschillende filosofische, ideologische en politieke standpunten over het Anthropoceen. Het is tijd voor pluralisme en volhardend debat, zegt Sijmons. De tijd van simpele, eenduidige oplossingen is voorbij en vanaf nu is het aanmodderen.

Kritische en vindingrijke adaptatie aan het onverwachte en ongeziene, dat zal ons een weg voorwaarts banen.

In Sijmons’ werk, maar ook voor anderen in deze publicatie, is ontwerp een onderneming die zowel destructief als regeneratief kan werken. Een kritische beoefening van design ontkracht conventionele vormen van het bewonen en beleven van de wereld. Alle huidige manieren om onze leefomgeving te n begrijpen zijn ten slotte ontworpen – en zouden dus herontwerpen kunnen worden.
 

Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Lancering

Op 21 december 2020 werd de publicatie gelanceerd met een audiopresentatie met bijdragen van kunstenaar/onderzoeker Danilo Correale, dichter Momtaza Mehri, de Academie voor Stadsastronauten, componist Zeger de Vos yogadocent/healer Mie Jorgensen en onderzoeker Setareh Noorani die een essay van Saidiya Hartman voordroeg.

Team

Editors: Marina Otero Verzier, director of Research bij Het Nieuwe Instituut en Francien van Westrenen, hoofd Agentschap bij Het Nieuwe Instituut; Tekstredactie en vertalingen: Jack Eden en Gert Staal; Ontwerp: Rudy Guedj.

Met bijdragen van: De Academie voor Stadsastronauten, Ramon Amaro, Danilo Correale, Jonathan Crary, Aldo van Eyck, Ludo Groen, Bregtje van der Haak, Saidiya Hartman, Marten Kuipers, Lucy McRae, Momtaza Mehri, Melvin Moti, Johannes Schwartz, Dirk Sijmons en Leanne Wijnsma.

Uitgever: Het Nieuwe Instituut, Rotterdam.

I See That I See What You Don’t See is beschikbaar via NAi Boekverkopers.

Deze publicatie is tot stand gekomen met ondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Guus Beumer, Algemeen en artistiek directeur Het Nieuwe Instituut
Angela Rui, Marina Otero Verzier, Francien van Westrenen
Rudy Guedj
Olivier Goethals